About ggz

ART Platformbijeenkomst 4 december 2017

oorspronkelijk-logoklein-2

Platformbijeenkomst Active Recovery Triad (ART)
georganiseerd door de stichting HIC

Op 4 december 2017 vond op de vertrouwde locatie De Soester Duinen in Soest de tweede ART platformbijeenkomst plaats. In een gemoedelijke sfeer konden de ca. 100 aanwezigen hun ART-kennis bijspijkeren via plenaire sessies, pitches en workshops. Uiteraard was er ook weer volop ruimte op met elkaar te netwerken. Het was kortom een interessante en inspirerende ochtend!

Hieronder kunt u de verschillende presentaties en workshops vinden die zijn gegeven op de platformbijeenkomst:

Ontwikkeling ART – Tom van Mierlo

Stand van zaken ART onderzoek – Yolande Voskes en Lieke Zomer<

Workshop ART Monitor – Lieke Zomer en Eveline Duimelaar<

Workshop Cognitieve Adaptie Training CAT – Michelle van Dam<

Workshop ART implementatie in de praktijk – Bram Berkvens en Femke Dirkx<

Workshop Noabergoud: het nieuwe Beschermd wonen? – Geeske van der Weerd<

“Ik wil die ervaringswerker zijn die ikzelf heb gemist”

start here

Bas Platvoet, afkomstig uit het Twentse Oldenzaal, werkt als ervaringsdeskundige bij GGZ Leiden. “Als ervaringsdeskundige kun je voor je eigen verhaal uitkomen zonder een façade op te hoeven houden. Dat werkt bevrijdend, en het is handig als je veel hebt meegemaakt. Eigenlijk heb ik de psychiatrie ingeschakeld als instrument naar een gezond leven.”

Bas werkte 15 jaar in de horeca, waarvan 3,5 jaar in het buitenland. Terug in Nederland begon hij in 1999 aan een opleiding consumptieve techniek (kookleraar) bij PTA Fontys in Amsterdam en werd hij kookleraar in het speciaal onderwijs. Kort na zijn verhuizing naar Leiden bleek zijn vader echter een terminale vorm van darmkanker te hebben. De prognose was 3 maanden, maar hij heeft uiteindelijk nog een jaar geleefd. Een maand na de diagnose van zijn vader kreeg Bas zelf uitvalsverschijnselen aan zijn rechterzijde en onderlijf. Het bleek te gaan om een nekhernia, waarvoor hij op 28 december 2001 werd geopereerd. “Ik was bang dat ik vanaf mijn nek verlamd zou raken, maar toen ik uit mijn narcose ontwaakte, bleek ik vrijwel alles nog te kunnen bewegen. Wel had ik onder meer moeite met lopen en staan, had ik last van darm- en blaasproblemen en neuropathische pijn en was ik snel vermoeid. De einddiagnose was een incomplete dwarslaesie. Ik had echter geluk gehad met het feit dat ik nog wel kon lopen.”

Na zijn revalidatie ging Bas op arbeidstherapeutische basis aan het werk. Door misverstanden ging dat echter niet goed, waarna hij werkloos werd. Hij werd gedeeltelijk arbeidsongeschikt en kreeg voor een deel WW.

Alvast in zijn graf gaan liggen

“Zo had ik binnen korte tijd vier ‘life events’. Het verlies van mijn baan vormde echter de druppel. Ik gleed af in een zware depressie, die bijna 5 jaar heeft geduurd. In februari 2003, net na de dood van zijn vader, meldde ik me bij GGZ Leiden. Daar kreeg ik de diagnose ‘depressief-psychotisch’. Het was een heftige tijd, met angsten, depressies en crises. Juist de angst voor de dood heeft me toen in leven gehouden. Ik dacht veel na over de dood en had een gevecht met de eenzaamheid en met het leven. Soms werd mijn beleving surrealistisch. Ik ging als het ware alvast in mijn graf liggen en fantaseerde dat mensen me zagen liggen en zeiden: ‘tot ziens, ga maar!’”

In die tijd kwam er ook nog een strijd bij met het UWV. “In september 2006 kreeg ik een brief dat ik 35.000 euro moest terugbetalen doordat ik ten onrechte twee uitkeringen had (WW en WAO). Met mijn uitkering van amper 900 euro per maand zou ik daardoor 40 jaar lang moeten aflossen – een vreselijk perspectief. Door dit alles kwam er in november 2006 nog een zware psychose overheen. Bas werd met een IBS opgenomen en kwam in een isoleercel terecht. “Nooit in mijn leven was ik zó doordrenkt van angst. Bij flarden kan ik me er nog wat van herinneren. Mijn cannabisgebruik zal daar ook geen goed aan gedaan hebben; ik gebruikte het als zelfmedicatie en om in slaap te komen.”

Na de psychose begon Bas echter te werken aan zijn herstel. “Dankzij die psychose kreeg ik het besef dat ik mijn leven moest omgooien. Als ik op de oude voet was doorgegaan, zou ik het niet hebben overleefd. Ik was destructief en ging alsmaar door, zonder te luisteren naar mezelf of naar mijn hulpverleners.” Hij ging toen op meerdere fronten aan de slag, met hulp van een spv’er. Met behulp van een advocaat werd de schuld bij het UWV kwijtgescholden. Om zijn lichamelijke conditie op te bouwen en mentaal sterker te worden, ging hij fanatiek fietsen en fitnessen. Ook ging hij als vrijwilliger gehandicapte kinderen vervoeren. “Ik merkte dat er langzaam weer een stijgende lijn in zat. Ik kreeg meer zelfvertrouwen en durfde wat meer onder de mensen te komen. Na verloop van tijd kon ik het weer aan om op een terrasje te zitten en vond het steeds leuker om mensen te kijken. ‘Wie lacht niet, wie de mens beziet?’ Ook nu nog vind ik het hartstikke leuk om mensen te kijken.”

Tranen bij contract

Bas volgde tevens een Liberman-training, om meer inzicht te krijgen in zijn cannabisverslaving. “Zo kwam ik in contact met mijn huidige teammanager Yvonne Winkelmolen. Ze startte een kookclubje bij GGZ Leiden en vroeg of ik dat wilde begeleiden. Omdat ik een bezigheid zocht, ging ik dat doen. In het begin stond ik er met knikkende knieën en tolde van onzekerheid. Kon ik nog wel aardappelen koken en andere taken doen? Maar gaandeweg ging ik het steeds leuker vinden; ik heb het 4,5 jaar gedaan.

Met Kerstmis 2010 (inmiddels was ik lid van de Cliëntenraad GGZ Leiden) stond ik op een koude winderige avond bij het graf van mijn vader. Ik zei dat ik graag weer wilde gaan koken en vroeg of hij me een handje kon helpen. Kort daarna kwam ik bij de opening van de nieuwbouw in Oegstgeest Yvonne Winkelmolen tegen. Ze zei dat ze een nieuwe kliniek gingen openen op het terrein in Oegstgeest en vroeg of ik daar kok wilde worden. Hoewel ik nog erg onzeker was, heb ik ja gezegd. Toen ik op 27 september 2011 mijn arbeidscontract tekende, pinkte ik een traantje weg, want ik had me er al bij neergelegd dat ik de rest van mijn leven in de WAO zou zitten. Op 15 november ben ik aan het werk gegaan. Inmiddels ben ik betaald ervaringswerker met een vast contract. Ook verkeer ik in een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid.”

Toen ik werd aangenomen, had ik een dubbelfunctie: kok en ervaringswerker. Maar dat bleek uiteindelijk toch niet prettig te combineren. Het aansturen van de keuken is erg arbeidsintensief; daardoor heb je nauwelijks tijd om je ervaringsdeskundigheid te ontwikkelen. In april van dit jaar zijn we echter de daadwerkelijke samenwerking aangegaan met Cluster Hotel, een onderdeel van GGZ Rivierduinen, waarbij er nieuwe koks bij onze kliniek in dienst zijn gekomen. In de begintijd zat ik nog in een transitieproces om de keuken goed over te dragen, maar dat is vrijwel afgerond. Nu kan ik me verder ontwikkelen als ervaringswerker; dat is wat ik graag wil. Je moet dat echter langzaam ontwikkelen; ook de cliënten moeten eraan wennen.”

Van ziektegericht naar krachtgericht

“De essentie van mijn huidige werk is: aansluiten bij de kracht van cliënten; dat kan me ontzettend inspireren. Ik vind het prachtig om te zien hoe cliënten aan hun herstel werken. Ik zie hoe ze binnenkomen en waar ze na verloop van tijd staan. Pas had ik een fantastisch gesprek met een cliënt die anderhalf jaar geleden was opgenomen. Hij toonde inzicht en de wil om eruit te komen. Ook wist hij wat zijn talenten en tekortkomingen waren. Als het goed gaat, geef ik ook complimenten.

In het team is men nog veel ziektegericht, terwijl ik uitga uit van de kracht van een cliënt. Kijk naar wat er wél goed gaat: hoe groot is iemands veerkracht; waar zitten zijn talenten?

Die omslag maken naar herstelgericht denken is een proces dat veel tijd kost om zorgvuldig uit te voeren. Al helpt het zeker dat ons team nu is geschoold in SRH (systematisch rehabilitatiegericht handelen), de methodiek van de RINO-groep. Binnenkort volgt een ROPI-meting (Recovery Oriented Practices Index) en we doen mee aan het Doorbraakproject ROM (Routine Outcome Monitoring). Dat zijn allemaal ingrediënten voor een herstelgerichte toekomst voor onze cliënten en onze kliniek.”

‘Betaalde hobby’

Bas is de eerste ervaringsdeskundige in zijn team (High Care Oegstgeest). “Ik vind het een zeer motiverende uitdaging en heb het gevoel dat ik echt iets kan bijdragen. Wel merkte ik in het begin nog wat onwennigheid bij het team: kon ik het werk wel aan; zou ik geen terugval krijgen? Eens per maand heb ik intervisie, en 95% gaat over kwartiermaken. Want hoewel er meerdere ervaringsdeskundigen bij GGZ Leiden werken, druppelt het nog maar weinig door op de werkvloer. Je moet stevig in je schoenen staan en vooral klaar zijn met je problemen om je te kunnen manifesteren. Het kost jaren voor het echt is doorgedrongen tot de serieuze psychiatrie.

Eigenlijk wil ik een soort ervaringswerker zijn die ik zelf heb gemist: iemand die aansluit bij een herstelproces dat hij zelf ook heeft beleefd. Er moet een klik zijn. Een supporter van Ajax en een van Feyenoord communiceren niet zo prettig, maar met twee van dezelfde club wordt het hartstikke gezellig. Het is geweldig dat ik nu eindelijk mezelf kan zijn. In Twente zeggen ze weleens: ‘het is nog nooit zo donker of het wordt wel weer licht’. Negen jaar geleden (toen ik al had geaccepteerd dat ik altijd in de WAO zou blijven) had ik nooit gedacht dat ik nog ooit zo’n motiverende baan zou krijgen en me zo goed zou voelen. Het is fantastisch als je dat gevoel kunt uitdragen naar de cliënt. Het is een heel motiverende uitdaging en ik hoop mijzelf te kunnen door ontwikkelen tot een volwaardig teamlid en een inspirerende en gedegen ervaringswerker.

Als mensen vragen naar mijn werk, zeg ik: ‘ik werk niet; ik heb een betaalde hobby.’ Eigenlijk heeft het leven dat ik heb geleid, me gevormd voor het werk dat ik nu doe. Ik heb van de ellende mijn beroep gemaakt. Wel moet ik uitdaging hebben; er moet een beetje strijd in zitten. Ik houd ervan om iets wat bijna niet mogelijk is, toch mogelijk te maken. Zo kostte het als kok aardig wat moeite om er in de keuken gezonde voeding doorheen te krijgen. Ook moest ik weer groeien in het arbeidsproces na een periode van werkloosheid.”

Missing link

“Op de afdeling High Care was het handig dat ik een dubbelfunctie had: ervaringsdeskundige én kok. Want iedereen weet: je moet nooit ruzie krijgen met een kok; dan krijg je slecht eten. Het belangrijkste is: neem de tijd. Ik hanteer graag de presentiemethode en ga bewust ergens in mijn eentje zitten. Vaak komt er dan een cliënt aan dwarrelen. Ik vraag dan of hij een kop koffie wil en dan gaan we samen even zitten. Soms hoef je niet eens iets te zeggen. Vorige week zat ik drie kwartier naast een cliënt en keken we gewoon een beetje naar buiten. Ik wil een bruggenbouwer zijn tussen cliënt en behandelaar. Van een professional móeten ze wat, maar van mij kríjgen ze wat: een gevoel van gelijkwaardigheid en kameraadschappelijkheid. Zo bouw je dat langzaam op. Ervaringsdeskundigheid zie ik ook als een ‘missing link’ in de evolutie van de herstelgedachte.

Een psychiater vergeleek ooit de toekomst van de zorg met een cliënt die met een picknickmandje door een straatje loopt en zelf uitkiest wat hij wil hebben, bijvoorbeeld sport, gezonde voeding of goede psychologische hulp. Zo gaat hij er zelf mee aan de slag. Bedachte dingen zoals een traject of een programma werken niet, omdat daarbij het initiatief bij de hulpverlener ligt. De cliënt moet het echter doen: herstellen doe je zelf, maar niet alleen. Herstellen doe je samen. Volgens psycholoog Frans de Waal is empathie de verbindende emotie die ons tot mensen maakt. En daarin zit hem de kracht van ervaringsdeskundigheid. Want iemand die een depressie heeft meegemaakt, kan zich heel vaak beter inleven in iemand die een depressie heeft. Zelf zou ik zo iemand als raad geven: blijf dicht bij jezelf, en doe dingen waar je je goed bij voelt of waar je vertrouwd mee bent. Ga je eigen weg.”

Geland in de boter

“Ik wil graag helpen om de omslag te maken van ziektegericht denken naar herstelgericht denken. Maar dat vergt tijd en je hebt geduld, vastberadenheid en humor nodig. Ik moet dan ook steeds manoeuvreren tussen medewerkers en cliënten. Ook zou ik graag nog een ervaringswerker bij High Care willen, om mee te kunnen sparren. Al heb ik nu veel minder het gevoel dat ik mijn positie nog moet waarmaken. Ik ben nu veel beter bekend bij cliënten en collega’s; ik ben aardig geland.”

Wel heeft Bas een hekel aan autoriteit en gaat hij het liefst zijn eigen weg. “Maar gelukkig is mijn teammanagement heel flexibel en invoelend en ze laten me vrij. Fantastisch dat ik binnen zo’n organisatie betaald mag werken. Qua werk ben ik niet alleen met mijn neus, maar met mijn hele lijf in de boter gevallen!”

 Stan de Laat

 

Graag horen we uw ervaringen met langdurige verblijfszorg en mening over ART. Op de eerste plaats om hier met elkaar van te leren. Wat is helpend en wat belemmerend voor het herstel van uzelf of van uw naasten?

Heeft u een verhaal dat ons helpt om ART goed vorm te geven meldt u dan via het contactformulier, of neem op andere wijze contact met ons op.

Kookproject in de triade

2 aspergers

ART; Kookproject in de triade.

Een bekend beeld binnen langdurig verblijf en behandeling is dat cliënten moeizaam te motiveren en activeren zijn. Voor ons was dit niet raar omdat er weinig tot geen vaste structuur op de afdeling aanwezig was. Ook waren er voor cliënten weinig redenen om naar buiten te gaan en om letterlijk en figuurlijk mee te doen in de maatschappij. Tot een jaar geleden kregen we op Begijnstraat 19A nog elke dag een setje van de keuken. In die tijd leek het lastig voor onze cliënten om actief te zijn rondom de maaltijden, zowel het ontbijt, lunch en de avond maaltijd. Tijd voor verandering… Actief heRstel in de Triade (ART) hing in de lucht en de eerste stappen rondom het kookproject werden gemaakt!

We zijn begonnen om elke zondag zelf te koken, dit hield vaak in dat we frietjes bakte. Wat in hield dat verpleegkundigen friet stonden te bakken, de tafel dekte en de tafel afruimden. De cliënten kwamen aan tafel aten de frietjes snel op en waren weer weg. Nog niet echt ART-proof. Het viel ons op dat als we aan de cliënten vroegen wat ze zelf nou eens wilde gaan koken of wat een lievelingsgerecht was, dat ze hier niet of nauwelijks antwoord op hadden. Kort samengevat : geen daginvulling , niet weten wat je lekker vindt om te eten, niet weten wat je lievelingsgerecht is en geen reden hebben om deel te nemen aan het ‘gewone’ leven. Dat gun je toch niemand ?? Samen met cliënten en de ervaringsdeskundige gingen we aan de slag! We zijn gestart met een keer per week samen koken. Er werden kookboeken in huis gehaald om inspiratie op te doen. Door al een aantal dagen voor de ‘kookdag’ te bespreken wat ieder zijn wensen en ideeën waren kwamen we tot de samenstelling van het menu. De eerste paar keer stond de verpleegkundige alleen te koken, echter kwam er zo nu en dan cliënten de keuken in om eens te kijken wat we aan het doen waren. Nna een aantal keer werd er ook stiekem eens in de pan geroerd en nog wat later zat de tafel vol met cliënten, werd samen de tafel gedekt en ruimden we samen op. Een aantal maanden later, tijdens de huiskamer bespreking, kwam de vraag vanuit de cliënten of we niet nog een dag extra konden gaan koken, nou daar waren we snel aan uit! UITERAARD!! Niet veel later kwamen de moestuintjes van de AH en we dachten ‘als we nu eens zelf onze groenten gingen verbouwen en hier een maaltijd van koken, dat zou echt gaaf zijn!’. Lang hadden we niet nodig! We zijn naar het tuincentrum gereden en haalden spullen in huis voor het bouwen van een moestuin. Iedereen hielp mee.

Na de moestuin kwam ontstond in de groep het idee om familie en of naasten te betrekken in het dagelijkse leven op de afdeling. Het herstellen van het netwerk en hen betrekken bij het dagelijkse leven en de behandeling van de cliënten vinden we erg belangrijk. Samen koken en eten is een mooie start. Daarom hebben we eens per 1-2 maanden het familie kookproject opgezet. Cliënten zeggen regelmatig dingen als ‘de gehaktballen van ons moeder die zijn zo lekker, zo lekker kan niemand die maken!’. Samen met de cliënten nodigen we familie uit om juist die gerechten samen met ons te maken. Een unieke kans om oude, wellicht beschadigde familiebanden, weer langzaam aan te halen en contacten te herstellen. Het familie kookproject heeft inmiddels 2 keer plaats gevonden en is een groot succes! Ten tijde van dit schrijven klapt de moestuin bijna uit zijn voegen omdat onze cliënten zo goed voor de tuin zorgen dat de kruiden en groenten weelderig groeien! Er worden al regelmatig kruiden en groenten uit eigen tuin gebruikt voor onze maaltijden. Iedereen vindt het fantastisch om zo van ‘grond tot mond’ bezig te zijn in de tuin.
Na een bezoek van de directie van Impact hebben we ook toestemming gekregen om buiten de afdeling een grotere moestuin aan te leggen. Ook is er toestemming voor eigen kippen en een konijn zodat we op zondag een lekker vers eitje bij het ontbijt hebben en een konijn om eens lekker te kunnen kroelen. Wij zijn ontzettend trots.. Op iedereen, cliënten, familieleden, de werkgroep.. Iedereen die helpt om dit ART kookproject verder uit te bouwen. Onze hoofden zitten vol met ideeën en zijn wij erg enthousiast over ART!

Kort samengevat zijn, 1 jaar later, onze grootste successen:

  • Er 3 dagen in de week zelf boodschappen worden gedaan en er zelf gekookt wordt;
  • Cliënten hebben (meer) daginvulling omdat er boodschappen gedaan worden, ze meehelpen met koken of er in de moestuin gewerkt wordt;
  • Cliënten zelf komen met gerechten waar ze zin in hebben en eten weer een waardevol moment van de dag wordt;
  • Dat cliënten zelf meedoen met alle activiteiten op en rond de maaltijd;
  • Familie en naasten meer betrokken zijn, contacten worden hersteld en ze ook graag op de afdeling komen;
  • Dat door dit project te starten cliënten ook op andere gebieden meer betrokken (willen) worden bij de maatschappij;
  • ART geeft ons handvaten om ook andere zaken in de triade op te pakken!

Ons doel?! Zeven dagen in de week zelf koken met groenten uit eigen tuin en de maatschappij betrekken in dagelijks leven van onze cliënten. Waarom? Omdat ze dit verdienen!

Tot slot willen we onze cliënten, collega’s en betrokken naasten bedanken voor jullie enthousiasme en doorzettingsvermogen waarmee we al zover gekomen! Namens de werkgroep Neeltje,

Yvonne en Nel

 

Graag horen we uw ervaringen met langdurige verblijfszorg en mening over ART. Op de eerste plaats om hier met elkaar van te leren. Wat is helpend en wat belemmerend voor het herstel van uzelf of van uw naasten?

Heeft u een verhaal dat ons helpt om ART goed vorm te geven meldt u dan via het contactformulier, of neem op andere wijze contact met ons op.